“Hoe een klein balletje een lawine werd” door Sophie Oberink
Toen ik 1,5 jaar geleden begon aan mijn coschappen wist ik één ding zeker: ik wilde iets doen met duurzaamheid in de zorg. Wat precies? Geen idee. Waar begin je? Nog minder idee. Via een lezing van het KNMG belandde ik op het Caring Movement Symposium. Daar merkte ik dat ik niet de enige student was die hiermee rondliep. Tot…
Toen ik 1,5 jaar geleden begon aan mijn coschappen wist ik één ding zeker: ik wilde iets doen met duurzaamheid in de zorg. Wat precies? Geen idee. Waar begin je? Nog minder idee.
Via een lezing van het KNMG belandde ik op het Caring Movement Symposium. Daar merkte ik dat ik niet de enige student was die hiermee rondliep. Tot ik Rosa ontmoette, voor velen van jullie vast een bekend gezicht, en zij mij introduceerde bij de CO₂-assistent. Bingo. Dit was de plek die ik zocht.
Het contact met andere studenten gaf me niet alleen herkenning, maar ook lef. Ik nam me voor om tijdens ieder coschap mijn stem te laten horen over duurzamere zorg. Mijn persoonlijke missie: elke CAT-presentatie koppelen aan planetaire gezondheid of een ander maatschappelijk relevant onderwerp. Geen grote systeemveranderingen, maar wél steeds een klein duwtje.
Fast forward naar coschap gynaecologie en verloskunde, vier presentaties verder. Ik was opnieuw op zoek naar een onderwerp. Twee weken lang gooide ik balletjes op bij verschillende artsen: “Hebben jullie ideeën?” “Iets kleins, praktisch, duurzaam?” Tot ik uiteindelijk een artikel kreeg getipt over vaginale oestrogenen. Niet het meest sexy onderwerp, wel verrassend relevant.
Wat bleek? De meest voorgeschreven tablet wordt geleverd met dagelijks een plastic applicator. Alternatieven gebruiken er één per tube crème of per strip. Patiënten waren over de verschillende vormen even tevreden, maar vonden de hoeveelheid plastic verspilling wel problematisch. Sterker nog: 40% van de tabletgebruikers overwoog hierdoor te stoppen met de behandeling.
Dit was het laaghangende fruit waar ik naar zocht. Samen met een andere coassistent werkte ik de presentatie uit. Eerst voor de andere co’s, twee dagen later (met lichte zweethandjes) voor de artsen. De reacties bleven hangen: geen van hen was zich bewust van deze verschillen. Op de gang werd ik aangesproken, later volgde de vraag of we hier niet iets mee wilden doen om deze bewustwording verder te verspreiden. Inmiddels wordt het onderwerp meegenomen in de Groene Thermometer en blijf ik betrokken om dit te realiseren.
Een klein balletje, een flinke lawine. En het mooiste? Dit kan dus gewoon, óók als coassistent. Dat besef geeft mij energie om door te gaan.
